Page 16 - Miauw BCF tijdschrift 3/2020
P. 16

Samen tegen FIP





         Bepaalde waarden in het bloed kunnen daarentegen wel indicators zijn voor FIP. Hierbij

         kan gedacht worden aan een A/G ra&o onder de 0.5. Tussen 0.5 en 0.8 is grijs gebied, bo-
         ven de 0.8is meestal geen FIP ( maar ook hier zijn uitzonderingen in). Ook bloedarmoede ,

         afwijkende lymfocysten waarden, verhoogde bilirubine waarden en aanhoudende koorts
         kunnen indicatoren zijn.


         Bij twijfel aan de diagnose kan de behandeling zonder neveneffecten worden opgestart. Er
         wordt dan rela&ef snel gezien of de behandeling aanslaat en als deze aanslaat is het FIP.

         Er zijn vier vormen waarin FIP zich kan manifesteren. Daarnaast is het zo dat er een combi-

         na&e van verschillende vormen kan ontstaan. Er wordt geizen dat zeker bij ka.en die al

         langere &jd al ziek zijn, bijvoorbeeld na.e of drge FIP door kan slaan naar de neurologische
         vorm.




         1. Na.e FIP

         Is te herkennen aan een geel dradentrekkend vocht in de buik en/of borstholte.



         2. Droge FIP


         Is de meest chronische vorm. De verschijnselen van droge FIP zijn aUankelijk van welke or-
         ganen aangetast zijn. Veel voorkomende verschijnselen zijn vergrote lymfeklieren, geel-

         zucht, gezwellen bij darmen, etc.




         3. Oculaire FIP

         Is het oog aangetast. Ogen kunnen een waas krijgen, verkleuren of de pupillen kunnen ver-
         schillen van groo.e.




         4. Neurologische FIP

         Zit het virus in de hersenen. Daarbij is de neurologische vorm ook de variant die het minst

         duidelijk toont in bloedonderzoeken.








                                                           16
   11   12   13   14   15   16   17   18   19   20   21