Page 12 - Miauw 2020 - 04
P. 12

Feline hypertrofische cardiomyopathie (FHCM)

                                           Valerie Bavegem legt uit





        Een CardioMyopathie is een aandoening waarbij de hartspier structureel en funcDoneel af-
        wijkend is. Bij “HCM” of Hypertrofische CardioMyopathie gaat het om een verdikking
        (hypertrofie) van de hartspier. De term “HCM” wordt bij voorkeur gereserveerd voor de pri-
        mair erfelijke vorm, dus verdikking van de hartspier in afwezigheid van een andere (hart)
        aandoening die deze afwijkingen ter hoogte van de hartspier kan veroorzaken. Dit impli-
        ceert meteen ook dat er een andere vorm van hypertrofie van de hartspier bestaat, name-

        lijk hypertrofie secundair aan een andere onderliggende aandoening. Dus bijvoorbeeld ten
        gevolge van hyperthyroïdie (te sterk werkende schildklier), hypertensie of hoge bloeddruk,
        acromegalie (overmaat aan groeihormoon), enzovoort. Zeker bij iets oudere ka!en (vanaf ±
        8 jaar leeCijd) moet rekening gehouden worden met deze secundaire vorm van hypertrofie
        en moet naar onderliggende oorzaken gezocht worden.



        HCM is de meest voorkomende hartaandoening bij ka!en waarbij ongeveer 15% van de po-
        pulaDe is aangetast. Het voorkomen van de aandoening is echter leeCijdsaLankelijk. Zo is
        de prevalenDe bij jonge ka!en (6-12 maanden) slechts 4,3%, terwijl deze bij oudere ka!en
        (> 9 jaar) 29,4% is. HCM komt het vaakst voor bij mannelijke “huis-tuin-en-keuken- ka!en”.
        Verschillende rassen zijn gepredisponeerd voor HCM: Amerikaanse korthaar, Brits Korthaar
        (en aanverwanten zoals ScoKsh Fold, Highland Fold), Mainecoon, Noorse boskat, Pers, Rag-

        doll, Sphynx, Devon Rex, Birmaan, Himalaya, Kartuizer en Bengaal. Wat niet wil zeggen dat
        het bij andere rassen niet kan voorkomen. HCM kent een autosomaal dominante overerving
        met een onvolledige penetranDe.



        HCM bij de kat vertoont een groot aantal gelijkenissen met HCM bij de mens. Ook bij de
        mens is HCM de meest voorkomende erfelijke hartaandoening. Bij 60% van de humane paD-
        ënten is een duidelijke familiale geschiedenis terug te vinden. De aandoening kent een au-
        tosomaal dominant overervingspatroon. Bij de mens zijn tot op heden 1500 varianten ver-
        spreid over 50 genen gekend die aanleiding kunnen geven tot HCM. Het is dus een zeer he-
        terogene ziekte.



        Bij ka!en zijn twee geneDsche mutaDes gekend: één bij de Mainecoon (MYBPC3 A31P mu-

        taDe) en één bij de Ragdoll (MYBPC3 R820W mutaDe). Deze mutaDes zijn telkens ras speci-
        fiek en de testen zijn dus enkel geldig voor het desbetreffende ras. Het is dus zinloos deze

        geneDsche testen te laten uitvoeren bij andere rassen dan Mainecoon en Ragdoll. De uitslag
        van deze test bij bijvoorbeeld een Brits Korthaar heeC dan ook geen enkele betekenis (noch

        als die negaDef is, noch als die posiDef is). Het is dus geenszins een geldige screeningstest
        bij andere rassen dan deze waarvoor de geneDsche test bedoeld is.

                                                           12
   7   8   9   10   11   12   13   14   15   16   17